|
|
|
|
|
|
|
Twaalf in een dozijn
Zo op het einde van het seizoen, zit ik met mijn hoofd in de richting van het volgende seizoen en tegelijkertijd kijk ik terug naar het huidige. Ik herinner mij weer de seizoenstart met 17 snoeken in de boot. Een waar spektakel toen wij met jerk baits achter de boot voeren. De ene aanval, na de andere. Dubbele cijfers scoorden wij toen met enige regelmaat en wat te denken van een aantal double strikes. Smachtend zie ik mezelf weer zitten op de laatste zaterdag van mei. In de winter is en was het voor mij anders. Met een handvol snoeken van een groter formaat ben ik dan tevreden.
Iets waar ik ook aan denk is het volgende:
Op de laatste zaterdag van mei pakt elke roofvisser zijn hengel en kunstaas uit de schuur en gaat op pad, in de wetenschap dat het snoekseizoen pas op 1 juli officieel geopend wordt. Hoe kan het dan zo zijn, dat diezelfde snoekvissers allemaal eind februari van de daken schreeuwen dat het snoekseizoen voorbij is?
Nogmaals voor de mensen die het niet weten. Het roofvisseizoen is geopend van de laatste zaterdag in mei (officieel 1 juni) tot en met 30 maart. Het snoekseizoen loopt van 1 juli t/m de laatste dag in februari. Denk nou niet dat ik mijn hengels opruim in maart en juni. Nee dan vis ik ook, maar probeer toch een snoekbaars te vangen. De bijvangst snoek wordt dan onmiddellijk en ongeschonden teruggezet, net zoals de rest van het jaar overigens. Want is ongeschonden terugzetten niet iets dat onlosmakelijk met sportvissen verbonden is?
Gelukkig heb ik behalve nagedacht ook nog gevist. Gisteren moest ik enigszins improviseren. Ik had een afspraak gemaakt waar ik niet onderuit kon en waarvoor ik thuis moest zijn. Ervoor en erna kon gevist worden. Het plan was al snel klip en klaar. Voor de afspraak de aasvissen vangen en erna een paar uur snoeken. Als vismaat ging Marc mee. Die heeft na een lange afwezigheid de smaak weer helemaal te pakken.
![]() |
![]() |
![]() |
Op onze eerste stek was het na een half uur raak voor mij. Een kleine snoek vergreep zich vol overgave aan mijn aasvis. Grappig detail: Nog geen minuut ervoor zei ik vol bravoure tegen Marc, “Ik denk dat mijn dobber zo ondergaat”.
Niet veel later hing No.2 aan mijn lijn. Het zelfde recept. Hierna duurde het een half uur of No3 was een feit. Een 60 (misschien 70), zag ik jagen voor een rietkraag. Hij kon mijn voorn niet weerstaan toen ik hem precies in zijn baan gooide. Ik hou de toelichting bij de vangsten kort, omdat het anders telkens ene herhaling van wordt.
No4 was voor mij veel mooier. Wij waren inmiddels verplaatst naar een gebied waar de vaarten veel ruimer van opzet zijn. Ik had mij gepositioneerd op een brug en gooide met de (harde) wind in de rug mijn aasvis een meter of 40 weg. Hij kwam precies op het midden van een T-splitsing te liggen. Lang duurde dat niet, want binnen 20 seconde verdween hij met grof geweld naar beneden. Bij het contact zoeken en aanslaan, voelde ik al dat het een prima formaat snoek moest zijn. Dit bleek ook wel, toen hij voor de kant zichtbaar werd in het heldere water. “Dat is een metertje Jos” hoorde ik Marc zeggen. Na meting bleek hij precies de 100 cm te halen. Niets meer en niets minder. Een pracht vis overigens. Rank en zeer krachtig!
![]() |
![]() |
![]() |
No 4 was dus een mooie meter. Een schitterende kop en mooi getekend. Ik zat nog even na te genieten terwijl wij probeerden om op deze stek nog een andere snoek te verleiden. Helaas voor mij maar zeker voor Marc bleef het stil. Wij besloten om te verplaatsen naar een stek waar ik jaren geleden weer ben begonnen met het snoeken. Prachtige vissen wisten wij toen te scoren. Eerst op de Minus 1 van Manns en later op de drijvende Fatso’s Crank. Nu waren wij op pad met natuurlijk aas, gevist onder de dobber. Ik was benieuwd.
Op de eerste stek, precies tussen twee boten gooide ik mijn dobber. Hij lag er nog geen 5 minuten in en was alweer verdwenen. Het bekende ritueel en de snoek (een 70er) kon geland worden. Geruststellend dat er op deze stek nog steeds snoek huist, concludeerde ik. Na de fotosessie mocht hij terug en dacht ik even terug aan de mooie vangsten van een aantal jaar terug. Veel tijd om rustig na te denken had ik niet, want plotseling ging de dobber van Marc er vandoor. Eindelijk een snoek voor hem. Het aanslaan en de dril verliepen perfect en ik mocht getuige zijn hoe hij de snoek geheel zelfstandig met de kieuwgreep landde. Een fotosessie was op zijn plaatst. Het was weliswaar geen grote, maar de kop was er voor Marc in ieder geval vanaf.
Na deze score moesten wij even geduld hebben. Marc sloeg ergens nog een keer mis (jammer maar dat hoort erbij), maar na drie kwartier was het eindelijk weer raak. Marc zijn dobber lag net naast een steiger en ging er plotseling heel kalm vandoor. Ook deze snoek wist hij te landen, maar het was gelijk het laatste wapenfeit op deze stek. Onrustig stonden wij samen op een brug en besloten om naar de eerste stek terug te gaan. De afgelopen weken had ik daar met enige regelmaat snoek van een prima formaat gevangen. Veel overtuigingskracht had ik niet nodig om Marc mee te krijgen en een kwartier later zaten wij alweer op de andere stek naar onze dobbers te turen.
![]() |
![]() |
![]() |
Op de nieuwe stek gebeurde er na een 5tal
minuten iets vreemds. Een grote snoek duwde met zijn neus mijn aasvis omhoog,
waardoor de aasvis verstrikt kwam te zitten met de dreg in mijn gevlochten lijn.
Ik trok het tuig snel omhoog, omdat ik bang was dat de snoek met zijn
vlijmscherpe tanden mijn lijn zou beschadigen. Snel haalde ik het tuig uit de
knoop en gooide opnieuw in. Binnen luttele seconde was het weer raak. Het
eerdere ritueel herhaalde zich. De snoek stond met zijn bek recht omhoog onder
de aasvis. Plotseling dook zij met snelheid op de aasvis en verdween met een
prachtige snoekduik in het diepe. De aasvis geklemd tussen haar kaken. Het
contact zoeken en aanslaan was al even spectaculair. Ik kon de felroze dobber
volgen over een 5tal meters, voordat ik in tegenovergestelde richting aansloeg.
Snel werd duidelijk dat het een meter + was. Met respect werd de dril afgerond
en kon de vis geland worden. Wat een massa. Met moeite kon ik de vis in positie
tillen. Het onthaken was een peulenschil. De fotosessie leverde met de
zonneschijn een prima resultaat op. Wat een resultaat zo op het einde van het
seizoen.
Ik zag telkens het tafereel weer voor mij. Heel speciaal om de actie van zo
dichtbij mee te maken. In een roes genoten wij samen van de vangsten en lieten
de vissen de revue nogmaals passeren. Ik stelde voor om nog even aan de andere
kant van de weg een poging te wagen.
Het was al laat, maar desondanks zaten wij nog geen minuut later op de andere stek naar de drijvers te kijken. Snel belde Marc naar huis dat het iets later zou worden, maar had geen tijd om het gesprek af te maken. Mijn dobber schoot er vandoor en ik begon aan een dril. Marc hing snel op en hielp mij bij de landing, de foto etc. Veel tijd om hiervan te genieten was er voor hem niet, want terwijl ik de vis terugzette schoot zijn dobber er vandoor. Marc mocht de dag afsluiten met een mooie vis. Een bijna dubbel noemde Jeffrey het toen wij thuiskwamen. Wat een dag! Dubbele cijfers en 2 meters, met de dobber. Een vissessie om nog lang van te genieten. Tot de volgende visdag.
Groet Jos
![]() |
![]() |